De lucht is paars!!!
De lucht is paars!!!
Toorop zag het. Mondriaan zag het. Iedereen zag het. Het Zeeuwse licht. Maar wat is het? Geel, oranje, roze of groen? Transparant of diffuus, sprankelend of heilzaam? Rebecca van Wittene ontrafelt de magische aantrekkingskracht van Zeeland.
’t Is even stil aan de andere kant van de lijn. Of het weer van invloed is op het Zeeuwse licht? "Geen flauw idee,” zegt weervrouw Marjon de Hond, en ze komt nog wel van Tholen! Is daar geen Zeeuws licht, is het een typisch Walchers verschijnsel of iets uit lang vervlogen dagen? Zien kunstenaars het alleen, moet je er een schildersoog voor hebben, een writersblock misschien? Of is het je reinste verbeelding; zit het gewoon tussen de oren? Zeeuws licht… bestaat het eigenlijk wel?
Herfstkoeleuren
'Het is buiten zoo mooi van kleur, kleur, kleur en zon. Je wordt bedwelmd. De rust is hier onzegbaar. Je innerlijk schoon houdt je zoo bezig en buiten strijdt de zon met al de herfst koeleuren.' Schilder Jan Toorop wist wat het was! Vanuit Domburg schreef hij erover aan zijn vriend Kees Spoor. Lyrisch was hij. “Dat herken ik natuurlijk wel,” zegt Marjon de Hond. “De luchten in Tholen zijn ook altijd prachtig, zeker bij de Oesterdam. Hoe verder je kunt kijken, hoe mooier.” Onlangs is ze, zelf op zoek naar nieuwe horizonten, gestopt als weerpresentator bij het NOS-journaal. “Ik woon in Almere, dat is net als Domburg omringd door water maar niet te vergelijken. De uitgestrektheid van Zeeland is magisch.” Dat is precies wat kunsthistoricus Francisca van Vloten uit Deventer ervaart als ze de provincie binnenrijdt. “Toen ik nog in Domburg woonde vond ik die snuivende Duitsers wel een beetje overdreven, sinds ik in de stad zit merk ik het ook: de lucht in Zeeland is minder zwaar. Als ik aan de voet van de Hoge Hil in Domburg sta, dan lijkt het alsof er een handvol licht is uitgestrooid, weldadig en koesterend.” Landschapsschilder Hetty de Wette uit Burgh-Haamstede ziet het ook: “De hoge luchtvochtigheid maakt het licht op de een of andere manier diffuus en omdat het wordt gereflecteerd door het water lijkt het wel alsof in Zeeland méér licht is dan elders.”

Maurice Góth, Strandbeeld / Beach Scene, 1915, oil on canvas, 48 x 60 cm, Private Collection.
Magische aantrekkkingskracht
De mondaine badplaats Domburg is erg in trek aan het begin van de twintigste eeuw. Als vakantieplaats en als inspiratiebron voor kunstenaars die, aangetrokken door het Zeeuwse licht, massaal naar Walcheren komen. Het gezonde zeewater, de frisse lucht en de aanwezigheid van arts/masseur Mezger -die tal van vorsten en notabelen onder zijn cliëntèle mag rekenen- maakt Domburg tot wereldberoemd kuuroord voor welgestelden. Jan Toorop ontwerpt een houten paviljoentje waar jaarlijks terugkerende zomertentoonstellingen worden georganiseerd met werk van onder anderen zijn dochter Charley, Ferdinand Hart Nibbrig, Jacoba van Heemskerck, Mies Elout-Drabbe, Maurice en Sárika Góth. Aanvankelijk behoort ook Piet Mondriaan tot deze groep. De goedgevulde portemonnee van het publiek zal ongetwijfeld een rol hebben gespeeld, maar de kunstenaars worden bovenal aangetrokken door de zee, de duinen, het Walcherse achterland met de oogstrelende dorpen, de prachtige wolkenluchten en niet te vergeten het Zeeuwse licht. Ook dichters, schrijvers en musici bezingen de ‘Tuin van Zeeland’. Koningin Elisabeth van Roemenië schrijft er onder het pseudoniem Carmen Sylva, Arthur van Schendel loopt mijmerend het duin over naar zee, P.C. Boutens wordt gegrepen door het werk van Toorop en dicht. Het licht is Zeeuws en Zeeuws licht is anders dan waar ook ter wereld. Het atelier maakt plaats voor de buitenlucht.
De schittering van licht
“Impressionisten werden ze genoemd,” verklaart Francisca. “Schilders die vooral het vluchtige moment wilden vastleggen. Dat deden ze met spontane vegen en door verftoetsen naast elkaar aan te brengen. Als je het werk van een afstand bekijkt dan vermengen die kleuren zich voor het blote oog. De neo-impressionisten hebben die techniek verder doorgevoerd, eerst met het pointillisme –de stippeltjes- later met strepen. De impressionisten wilden de lichtimpressie van het moment vangen, de neo-impressionisten probeerden ook de schittering van dat licht weer te geven. De term Luminisme is veelzeggend: ‘lumen’ is Latijns voor ‘licht.’ Daarom bloeide dat ook zo in Domburg, de lichtval daar kwam van twee kanten en dat zorgde voor die schittering. Het scheiden van kleuren was een perfecte techniek daarvoor.” Toen Mondriaan in 1908 de Zeeuwse werken van Toorop zag op een tentoonstelling in Amsterdam, was hij zó onder de indruk dat hij de geschilderde werkelijkheid met eigen ogen wilde zien. Toorop had niet alleen het licht geschilderd, maar ook wat hij voelde bij het aanschouwen ervan. Dat zien we later ook bij Mondriaan, steeds feller en intenser. De kerktoren wordt roze, de zee groen, de molen rood. Het Zeeuwse licht, wat een sensatie!
De tijd nemen
“Voor mij gaat het schilderen grotendeels om het vangen van licht,” zegt Hetty de Wette. ’s Ochtends en ’s avonds zijn mijn favoriete momenten. Er zijn veel kunstenaars die foto’s maken maar ik moet de wind voelen en de zee ruiken. Het is een hoop gedoe om met ezel, canvas en schildersmaterialen op pad te gaan maar absoluut de moeite waard. Als de zon laag staat is er een rijk licht- en schaduwspel en dat is precies waar het mij om gaat. Het verstrijken van de tijd is ontzettend frustrerend. Om een werk zoveel mogelijk ter plekke op doek af te krijgen moet ik op een zelfde soort dag op hetzelfde tijdstip wel acht of tien keer terug. Ik kan niet in juni beginnen en in augustus eindigen want dan staat de zon hoger of lager. Grote schilderijen zijn soms pas na drie seizoenen klaar.”

Hetty de Wette, Grote duin, 2010
Een feest van kleur
Francisca: “In Deventer woont en werkt de Hongaarse kunstenaar Krisztián Horváth. Toen hij voor het eerst met ons meereed naar Zeeland hoorden we achterin de auto ineens hartstochtelijke kreten: “Aaaaah….. ooooh…de lucht is paars!!!” Hij was volkomen gegrepen door Walcheren. De kleuren van de lucht waren voor hem de grootste schok. Dat begrijp ik ook wel want in Hongarije heb je al die aardse kleuren als terra, bruin en dikgroen; ook prachtig maar heel anders.” Hetty: “Mensen die niet schilderen hebben geen idee hoe rijk die schakeringen kunnen zijn. Het Zeeuwse licht is een feest van kleur! Amateurs knijpen de kleuren vaak rechtstreeks uit de tube, de kunst is juist om ze te mengen. Mijn palet is heel basic: in feite kun je alle kleuren maken met de primaire kleuren –rood, geel en blauw- en wit. De kunst is vooral om écht te kijken, om de kleurenrijkdom en de kleurnuances van schaduwen te zien. Niet van: o, die is blauw of grijs of zwart, maar: wat doet die schaduw naast dat felle groen of rood? Er zit misschien wat lila in, purper of turquoise. Je moet niet dénken wat de kleur is. Nee, je moet ECHT kijken!”
Zoutkristallen
“Als er fronten komen,” zegt Marjon de Hond, “dan komen die in Nederland vaak uit het westen. Dan zie je de bewolking letterlijk als eerste binnenkomen bij Domburg. Zeker als de zon opkomt of ondergaat zorgt dat voor prachtige kleuren, helemaal omdat je hier zo ver kunt kijken. Domburg is omringd door de zee; dat doet iets met je, met mij ook. Het water speelt natuurlijk altijd een grote rol. Ik kan me voorstellen dat het zoutgehalte van de zee ook iets met dat licht doet. Als er meer zoutkristallen in zitten krijg je waarschijnlijk net een ander soort lichtbreking of schittering. Maar dat is eerder optisch dan weersbepaald.” Lichtinval van twee kanten. Dat maakt Domburg anders dan Katwijk, Scheveningen of Bergen en daardoor uniek. “Maar dezelfde lichtervaring kun je ook in andere ‘eiland’- plaatsen hebben,” meldt Francisca van Vloten. “Als je in het Deense Skagen bent moet je onmiddellijk aan Domburg denken en dat geldt bijvoorbeeld ook voor het plaatsje Ahrenshoop aan de Oostzeekust. Verschillen zijn er natuurlijk wel want naast het zoutgehalte van de zee zijn bijvoorbeeld ook de ongereptheid van het kustgebied, de hoogte van de duinen en de uitgestrektheid van het achterliggende land van invloed op de werking van het licht.”
Feit of fabel?
Alles goed en wel, bestaat het nou of niet? Feit of fabel, Zeeuws of niet? Francisca lacht: “Het Zeeuws licht is een relatief licht, heb ik eens geschreven. Het wordt als begrip steeds opnieuw geboren op het moment dat de beschouwer het zich toe-eigent. Dat vind ik nog steeds een sterke zin!” Hetty: “Zo is dat. Je schildert wat jij beleeft, daardoor wordt het uniek. Ik neem het Zeeuwse licht constant op, het is met m’n ziel verweven.” Francisca: “Het is je eigen belevenis die het anders maakt en die het ook Zeeuws maakt, zeker als die plek iets voor je betekent.” Met andere woorden: het zit toch tussen de oren? “Tja,” vervolgt Francisca, “het risico is natuurlijk dat je zo’n sensatie ervaart dat je een kunstwerk maakt dat voor anderen totaal onbegrijpelijk is. “Maar,” voegt ze eraan toe, “de passie wordt wel herkend en het is nog altijd jouw Zeeuws licht!”
Rebecca van Wittene;
Zeeland Magazine #7 najaar 2010