Mathilde Willink
Mathilde Willink
‘Ze zou nu 71 zijn geweest, ik fantaseer daar weleens over’, zegt Cerila de Doelder, jongste zus van Mathilde Willink. ‘Als ik in Amsterdam ben ga ik altijd kijken naar dat huis. Dan denk ik: goh, als Tilly daar nog zou wonen, wat zou ze dan doen?’
Terneuzen, jaren vijftig: ons kent ons en weinig te doen. Terwijl moeder de Doelder de handen vol heeft aan haar vijf opgroeiende dochters bevaart vader als hoofdwerktuigkundige verre zeeën. Tilly, de oudste van de meiden, heeft een eigen kamertje daar in de Irenestraat waar het huiswerk roept en de wereld lonkt. Porgy & Bess, het muziekcafé van Frank Koulen (“De Neger”) staat slecht bekend en juist daarom is het er goed toeven. Geroddeld wordt er hoe dan ook wel. Cerila (60) weet nog hoe trots ze was als ze met ‘Til’ door Terneuzen liep. ‘Voor mij was het echt een topzus!
Het was een aantrekkelijke meid, altijd vrolijk en toen al bijzonder gekleed waardoor ze ook opviel. Ze kreeg altijd aandacht van iedereen, zo stond er, toen ze nog op het gymnasium zat, ineens een leraar aan de deur die helemaal gek op haar was. M’n vader was toevallig thuis en die was heel boos, maar ik bedoel maar. Dat riep natuurlijk ook weleens afgunst op.’ Tilly vertrekt naar Amsterdam om kunstgeschiedenis te studeren. ‘Ik miste haar erg dus als ze thuis kwam was het feest! Dan haalde ik haar van het station in Goes en gingen we met het pontje van Hoedekenskerke naar Terneuzen. Dan kwam de kapitein naar boven om te vragen of ze wat wilde drinken en ze trakteerde mij op chocolademelk, wat ik eigenlijk vies vond maar dat durfde ik niet te zeggen.’
Dat ze in de kunstwereld terecht kwam verbaasde niemand, Tilly was altijd al geïnteresseerd in oudheid en geschiedenis, en ze ontmoet er Carel Willink. 'Ik kan me nog herinneren dat hij officieel bij ons thuis om haar hand kwam vragen. M’n ouders waren vooruitstrevend en Tilly was natuurlijk niet het typ om met een man op de bank te gaan zitten. Bovendien was die oudere man stapel op haar, het was geen bevlieging maar heel serieus. Cerila ging regelmatig naar Amsterdam. ‘Je moest eerst bellen, zo waren ze, maar het was altijd leuk. Als we door de stad liepen waren er altijd opstootjes! Toen m’n dochtertje werd geboren kwam ze met een cadeautje naar het ziekenhuis in Vlissingen. Ik vond dat ze er geweldig uitzag, maar ja… ze had wel zo’n doorkijkblouse aan. Het kon mij niet schelen, ik hou van aparte mensen, maar het hele ziekenhuis stond op stelten! Ze ging ook de boulevard over in die blouse… Dat zou nu niet meer bijzonder zijn, toen wel. Tilly was altijd al een voorloper.’
‘Carel was haar grote liefde en toch koos hij voor een ander. Dat doet-ie niet dacht ze, maar hij deed het dus wel. “Ik had het anders moeten aanpakken,” heeft ze later weleens bekend. Als ze niet zo driftig was geworden, was hij denk ik gewoon bij haar gebleven. Ze was wel heftig in emoties, ja. Als ze in de trein werd aangestaard zei ze: Wat ziet u aan mij? Had die man gezegd ‘Goh ik vind u zo mooi’ dan zou ze zeggen: kom er maar bij zitten, maar hij zei iets anders en dan werd ze toch boos! Bij mij kan kan het ook mooi weer zijn en ineens slecht, we komen duidelijk uit hetzelfde nest. Ze kon lachen en kwaad zijn als geen ander.’
Op het laatst hield ze de boot af. ‘Als ze lekker in haar vel zat waren de contacten goed, zo niet dan wilde ze mij daar niet mee confronteren. Ze heeft het op haar eigen manier verwerkt. Het stoort me dat het altijd gaat over die laatste paar jaar, het doet geen recht aan wie ze werkelijk was en het lastige is dat iedereen daar z’n eigen psychologie op loslaat. Vergeten wordt dat Carel, toen hij Tilly ontmoette, helemaal niet zo bekend meer was. Ze zwommen, zeker in de beginperiode, echt niet in het geld. Tilly is hem gaan promoten, organiseerde exposities in Parijs, Carel vond die contacten met al die couturiers ook prachtig, hij maakte zelf de kleuren voor haar ogen. Het was natuurlijk heel doordacht: iedereen kende haar maar ook hij stond weer in de belangstelling. Die scene van haar was wel oppervlakkig. Goede vrienden hingen op feestjes als klitten om haar heen -dat zal ze zelf vast gezien hebben- maar als je ze nodig had dan gaven ze niet thuis. Het was niet alleen de man die ze kwijt was maar toch heel haar wereld ook. Haar dood is nog altijd met raadsels omgeven. We hebben aanwijzingen dat ze vermoord is, ze ging ook om met mensen uit dubieuze kringen, maar zeker weten doen we het niet. We kunnen in ieder geval niet geloven dat ze het zélf heeft gedaan en diep van binnen hoop ik dat ze het niet voor die man heeft gedaan. Ze had nog zoveel in zich, had ook nog zoveel plannen. ‘Dat ik dat nou op tv moet horen van dat kind’, zei m’n moeder. Dat was heel erg.’

Mathilde.
Of: hoe een Zeeuws Meisje een levend kunstwerk werd.
Zo heet de muziektheaterproductie van Theaterproductiehuis Zeelandia die op 10 maart in Terneuzen in première gaat.
Schrijver Louis van Beek: ‘Ik herinner me een interview bij Henk van der Meyden waarin ze vertelde over haar gestrande huwelijk met Carel Willink. Een spraakmakend gesprek omdat ze zich als het ware revancheerde op televisie. Hoewel ik nog jong was fascineerde het me mateloos, het was zo ongewoon dat het altijd in m’n hoofd is blijven spoken. Ik moest er weer aan denken toen ik “Mathilde Willink, superpoes” zag, de documentaire van Jasmina Fekovic. Toen wist ik: hier moet ik iets mee doen.’
‘Mathilde heeft er welbewust voor gekozen om een Levend Kunstwerk te worden. Hoe ze dat voor elkaar heeft gekregen is intrigerend. Het waren andere tijden: het blad Privé zag het levenslicht en Henk van der Meyden creëerde een societywereld zoals die nog nooit had bestaan in het nuchtere Nederland. Ze had de tijdsgeest mee en daar heeft ze goed gebruik van gemaakt. Nu wordt iedereen een Bekende Nederlander, zij heeft zichzelf beroemd gemaakt, heel Nederland wist wie Mathilde Willink was. Het is absoluut niet de bedoeling om op een roddelachtige manier dat hele levensverhaal te vertellen, wat ik wel wil is die façade doorbreken. Achter die theatrale verschijning zit ergens natuurlijk altijd nog dat kleine meisje verborgen dat in Zeeland gewoon in een achtertuin heeft rondgedarteld. Dát interesseert mij: ik wil weten waar dat meisje is gebleven. Hoe kom je tot de keuze om van jezelf een beroemdheid te maken en op welk moment verlies je daarin jezelf? Daar komen we misschien helemaal niet achter maar je kunt wel laten zien dat Mathilde méér was dan alleen maar die luid lachende, lawaaiige societyvrouw.’
Première 10 maart 2010, Scheldetheater Terneuzen
In maart en april te zien in heel Nederland
Meer informatie en speellijst: Theaterproductiehuis Zeelandia
Rebecca van Wittene;
Zeeland Magazine #5 voorjaar 2010