Raak mij niet aan
Raak mij niet aan
Al bij binnenkomst brandt-ie los, het zit ´m duidelijk hoog: een camping voor z´n deur, hoe verzin je het! Ruim driehonderd caravans, van een lelijkheid die niet te filmen is, en dan ook nog tegen de afspraak in. En wat helemaal erg is: weer een schimmelplek erbij. ‘Dat een groot agrarisch gebied te grabbel wordt gegooid en dat een uniek kunstcentrum dreigt te verdwijnen, geen mens die er wakker van ligt. Het zijn gewoon barbaren.’
Hij hekelt het opportunisme en de desinteresse van de regeerders: ‘Ze hebben geen oog voor het immateriële, het gaat alleen om geld. Ik begrijp niet hoe ze dit prachtige natuurgebied op zo´n ordinaire manier kapot kunnen maken. Ik word hier voor m´n gevoel echt weggepest.’ De toon is gezet. De man die voor me zit is boos. De koffie is nog niet ingeschonken of we praten al over compensatie- lokaties, regiovisies, raamplannen en recreatiebedrijven. Over het badwater en het kind. ´t Is nog stil in de vroege ochtend en het uitzicht is adembenemend. Geertje, al veertig jaar echtgenote en artistiek geweten van de man die voor me zit, zorgt voor een tweede rondje. Warme appelflappen doen de rest. Het wordt een tweeluik.
Raak mij niet aan. Jan van Munster, beeldhouwer.
Zeelandboek deel 7 (2003) - fragment