Een eiland in Vlissingen
Een eiland in Vlissingen
TomTom overbodig: de grootste verkeers- ader van Zeeland leidt er zonder omwegen naartoe. Niet te missen dus, de markante watertoren, maar het is nog even zigzaggen om zonder kleerscheuren de ingang te bereiken. Bouwvakkers, zand- en grondhopen, half-affe gebouwen. Betreden op eigen risico. Voorlopig nog wel. Hier wordt gewerkt; gewerkt aan een droom. Binnenkort komt-ie uit.
Een lift brengt ons naar de nok van het industriële monument. Het uitzicht is overweldigend: Vlissingen ligt aan onze voeten. Heel Zeeland, voor wie verder kijkt. En dan zie je pas goed wat zich beneden allemaal aftekent. Op het dak heeft eigenaar Jan van Munster een paviljoen laten plaatsen: het atelier van de beeldhouwer, en wat voor een. ‘Hier komt het allemaal bij elkaar. Via de A-58, via het water en de lucht. Voor mij is dit het centrum van Zeeland.’ Eigenlijk begon het met een nachtmerrie. Met de verdwijning van Plus Min in Renesse, een uniek (inter)nationaal georiënteerd kunstcentrum. Twee gebouwen in de vorm van een plus en een min: polen van energie. De architectonische sculptuur stond precies op de plek waar zee, duin en polder elkaar letterlijk raken. Kunstenaars die er tijdelijk werkten en exposeerden lieten zich volledig inspireren door de weidsheid van het onaangetaste polderlandschap. Toen het plan om juist op die plek een camping te situeren werkelijkheid werd, zat er –met pijn in het hart- niet anders op: verhuizen. En toen was er ineens die nieuwe lokatie, de Watertoren in Oost-Souburg. ‘Leon Riekwell van het Buro Beeldende Kunst in Vlissingen wees me erop en heeft zich er hard voor gemaakt. Een uitdaging natuurlijk.’ Dus al gauw lag er een plan want Van Munster is een bouwer.
Bewaarkrant Vlissingen editie 2008 (fragment)
Stichting IK