Stills

Klik hier om de laatste Flash plugin te installeren.

De Maestro en de Zee (reprise)


De Maestro en de Zee (reprise)

Vanaf 4 januari 2011 elke dinsdag om 18.30 uur

Vijfentwintig amateur- en zestig beroepsmusici vormen, onder leiding van chef-dirigent Joan Berkhemer, Het Zeeuws Orkest. De combinatie van amateurs en professionals is uniek in Nederland. De Maestro en de Zee volgt het orkest en individuele orkestleden in veertien afleveringen tijdens een intensieve repetitieperiode in de aanloop naar een concert. Het creatieve proces wordt op de voet gevolgd en daarmee letterlijk voel- en hoorbaar. De televisieserie, voor het eerst uitgezonden in 2007, wordt van januari t/m maart 2011 integraal herhaald en is tevens te volgen via de website van Omroep Zeeland.



Uitzendschema:
dinsdag 4 januari 2011:  Joan Berkhemer – de maestro
dinsdag 11 januari 2011:  Jos Mol - bastuba
dinsdag 18 januari 2011: Wietske Lelie – cello
dinsdag 25 januari 2011:  Renée van Brakel – 1e viool 
dinsdag 1 februari 2011: John Groeneveld – 1e hobo
dinsdag 8 februari 2011: Rinus Melis– vrijwilliger
dinsdag 15 februari 2011: Marlon Dek - cello
dinsdag 22 februari 2011: Carlo Nabbe - concertmeester



Vervolg uitzendschema:
dinsdag 1 maart 2011: Marco van Dulmen – klarinet
dinsdag 8 maart 2011: Masterclass Joan Berkhemer: Bruch en Brahms
dinsdag 15 maart 2011: De kopersectie
dinsdag 22 maart 2011: Joan Berkhemer – violist
dinsdag 29 maart 2011: Generale repetitie: De laatste zeeslag van Michiel de Ruyter
Herdenkingsconcert


Het Zeeuws Orkest


Aflevering 1: Joan Berkhemer - de maestro
Hij is het artistiek geweten van Het Zeeuws Orkest, Joan Berkhemer. De chef-dirigent van het stel. Die altijd rond loopt met muziek in het hoofd, maar voor repetities vooral op zoek is naar rust. Stilte. Want repetities zijn enerverend, vergen het uiterste van je concentratie. Boekhouden: noten, kleur, detaillering, de frasering van de streken, accenten, pauzes, tempo-nuances. Maar hij zoekt vooral een ander soort verdieping. Want muziek moet meer zijn dan een grijze, bloedeloze optelsom van hele of halve noten.



Er zijn vele dirigenten en even zovele kwalificaties. Berkhemer kent ze als geen ander want hij heeft zelf in vele orkesten gespeeld: de overdrijvers, de dirigenten die de diepte zoeken in technische perfectie, de geduchten, de mannen van de transparantie. Berkhemer kiest liever voor een gevoelsmatige dan voor een intellectuele benadering, hoewel het grafische beeld van de partituur altijd uitgangspunt blijft. “Symbolen, sfeer, zeggingskracht, het gevoel van de noten, daar gaat het mij om. Ik hou de repetities dus bij voorkeur ook een beetje artistiek." Hoe dan ook: de chemie is er. En inspiratie is het sleutelwoord. Herontdekken, telkens weer, met de eeuwige onzekerheid die daarbij hoort. En het volgen van je eigen weg als enige manier om te slagen.



De laatste zeeslag van Michiel de Ruyter

Michiel de Ruyter is gewond
Bestevaer is getroffen
Bestevaer getroffen?
De onoverwinnelijke zeeheld?
De ijzervreter? De kloekmoedige zeeleeuw?
Dan zijn wij verloren.
Een kanonskogel heeft hem getroffen.
Hij bloedt als een rund.
Wij zijn verloren.
Wat moeten we zonder hem
In deze vervloekte zee?
De Fransen zijn veel sterker dan wij.
Alleen Michiel de Ruyter kan ons redden.


Ter gelegenheid van de opening van het Michiel de Ruyter herdenkingsjaar schrijft Berkhemer De laatste zeeslag van Michiel de Ruyter, een cantate voor bariton, koor en orkest, op een libretto van Marita Mathijsen, geschreven in opdracht van de Stichting 400 jaar Michiel de Ruyter. De cantate wordt uitgevoerd door Het Zeeuws Orkest, het Scheldeloodsenkoor en bariton Henk Smit (1932-2010), en gaat op 23 maart 2007 in de Sint Jacobskerk in Vlissingen in première.


Henk Smit, bariton - repetitie De laatste zeeslag van Michiel de Ruyter

Wat een onzin.
Zijn jullie zeemannen of Haagse mietjes?
Ja mannen, ik ben geraakt
Maar ik leef nog, goddank.
Zolang ik leef zal ik mijn land dienen.
Houdt moed, mijn mannen, houdt moed,
Dan zullen we gezegend worden.

De laatste zeeslag van Michiel de Ruyter  is een stuk over de laatste slag die de beroemde zeeheld in 1676 leverde, in de Straat van Messina, bij Sicilië tegen de Fransen. De cantate begint als Bestevaer, is getroffen door een kanonskogel. Hij weet dat de Slag verloren is, maar hij moet zijn mannen moed inspreken, zodat de vloot kan ontsnappen aan verdere vernietiging. Zodra hij alleen is staart hij over de Azuurblauwe Middelllandse Zee en overdenkt zijn leven. Als het einde nabij is wendt de onoverwinnelijke zeeheld zich tot God en prevelt Psalm 63. Als de zeelui terugkomen om te melden dat de Franse vloot op de vlucht is geslagen, zien zij De Ruyter dood liggen.



Berkhemer beperkt zich in zijn cantate niet tot één stijl, maar maakt gebruik van elementen uit vier eeuwen muziek, waarbij de melodie centraal staat. Michiel de Ruyter en het koor hebben eigen motieven. De harmonieën zijn weelderig, de orkestratie mooi van sfeer, maar kaal. De Ruyter was een gelovig protestant, de karige invulling bij bepaalde passages is een verwijzing daarnaar. Heel kort klinkt het bekendste lied over De Ruyter: In een blauwgeruite kiel. Aan het slot van de cantate zijn flarden van psalm 63 te herkennen.



Marita Mathijsen

Marita Mathijsen: "Librettisen moeten wel heel nederige mensen zijn, anders zouden ze zich verhangen. Wie leest er ooit, enkel voor de tekst, het libretto van een opera? Wie, behalve een paar operafreaks, kent de namen van de librettisten bij Mozart, Monteverdi, Verdi, Puccini, Strawinsky, Bellini en wie er verder allemaal schitterende opera’s geschreven hebben? Gottlob Stephanie jr. schreef de tekst van Die Entführung aus dem Serail, had u ooit van hem gehoord?"


Marita Mathijsen tijdens de generale repetitie in de Sint Jacobskerk in Vlissingen

"In de vakantie in Italië verdiepte ik me in Michiel de Ruyter. Ik besloot hem als de eenzame held op te voeren die hij aan het eind van zijn leven moet zijn geweest. De oude De Ruyter is interessanter dan de jonge. Zijn einde moet aangrijpend zijn geweest. De Spanjaarden hadden aan de Republiek ondersteuning gevraagd in hun strijd tegen Frankrijk. In de buurt van Napels zou het tot een treffen komen. De Staten vroegen nog eenmaal De Ruyter een vloot aan te voeren, maar ze lieten hem uitvaren met een brak schip, met te weinig volk, te weinig ondersteuning."

DE RUYTER
Vooruit, val aan, laat mij hier liggen,
probeer van loefzij te schieten
Schuif de Fransen uiteen, vuur op de masten
Zorg dat we de haven van Milazzo bereiken
Daar vinden we rust



Het Scheldeloodsenkoor

Ik voel me als de Etna daarginder
Het brandt binnen in mij…
Ik verlies de strijd, de boot, het leven…
Ik moet de mannen sparen
Houd moed

"Op het schip stond hij op eenzame hoogte tegenover de bemanning. Die kreeg van mij een dubbele rol. De mannen voeren de bevelen uit, maar ze spreken ook de stemmen van onze tijd. Ze geloven niet in de verhalen over Michiel de Ruyter in zijn blauw geruite kiel die de toren van Vlissingen beklom en die de Engelse vloot in mootjes hakte. De Ruyter raakte gewond op zijn schip door een kanonskogel. Een week later stierf hij, in de baai van Syracuse. Daar kon ik niets mee. Ik kon de scène alleen maar dramatisch maken als ik hem eerder laat sterven, op de boot. Dat is de dichterlijke vrijheid die ik Van Lennep en Bosboom-Toussaint in de negentiende eeuw in historische romans heb zien toepassen, dus deed ik dat ook."

O god, Gij zijt mijn god,
Ik zoek u in de dageraad,
Mijn ziel verlangt naar u
Op deze dorre zee
Deze zee,
Dit water




"Ik was in Italië en schreef en keek naar de Middellandse Zee. Op deze zee stierf hij. Ik stelde me voor hoe hij over het water keek – hoe hij stervend besefte hoeveel mensen hij de dood in gejaagd had. De zee moet rood gekleurd hebben van het bloed. Zag hij dat in zijn laatste momenten? Zou Joan de zee in zijn muziek krijgen? Ik twijfelde aan de onderneming, mijn teksten zijn slechts lelijke tekstballonnen, vond ik. Ik sprak de woorden hardop uit en hoorde de vele Nederlandse medeklinkers, terwijl er om me heen Italiaans vloeide. Ik schrapte schrapende woorden: spreken, ernstig, hard, groot, gruwel. Vanaf een internetcafé stuurde ik het libretto op. Tevreden was ik niet, maar beter kon ik niet. Joan sms’t me: “prima tekst, ik ga meteen aan de slag.” Na enkele weken kwam hij bij me thuis en speelde op de piano de melodie voor. Hij zong de partij van het koor en de solist. Ik kreeg tranen in de ogen van wat er gebeurd was. Zwart-witte letters gingen klinken. Prima le parole, poi la musica, wat een onzin. Alleen letterlijk klopt het. Eerst moeten de woorden er zijn. Dan komt de muziek, en die overstemt alles."
Bron: NRC Handelsblad, 17 maart 2007.




KOOR
Bestevaer!

DE RUYTER
Dit water dat om Vlissingen spoelt (KOOR: Bestevaer! Bestevaer!)
Dat om Vlissingen spoelt,
De zee
Altijd de...

KOOR
Bestevaer!
DE RUYTER
zee....




Aflevering 2: Jos Mol - bastuba
Dat Jos Mol een instrument zou gaan bespelen was bijna vanzelfsprekend, zijn vader was lid van de plaatselijke harmonievereniging. Als zesjarig jongetje kiest hij voor de trompet. Het vroege overlijden van Jos’ vader doorkruist zijn plannen om naar het conservatorium te gaan. De Ambachtschool biedt meer perspectieven om het bedrijf van zijn vader voort te zetten. In die tijd stapt hij over van de cornet naar de tenortuba. Als het Zeeuws Koperensemble, waarin hij vanaf 1975 speelt, behoefte heeft aan een bastuba, wordt dat definitief zijn instrument. Met dit quintet, onder leiding van Paul van Belzen, treed hij op in binnen- en buitenland. In 1984 start Jos Mol zijn eigen autobedrijf. In de tussentijd volgt hij de Summer School Phillip Jones Brass met lessen van oa. John Fletcher en masterclasses bij Roger Bobolen en Mell Curbison. In 1989 wordt hij de bastubaspeler van Het Zeeuws Orkest. Hij begint een opleiding aan de Schumann Akademie en volgt tubalessen bij Bernard Berniers. Sinds 2000 is hij tevens vaste bastubaspeler bij het Philips Orkest in Eindhoven. Ook Rik Mol, zoon van Jos, krijgt de liefde voor muziek met de paplepel ingegoten. Hij timmert internationaal aan de weg met het instrument waarmee het bij Jos allemaal begon: de trompet. ‘Music is all that I am. It keeps me alive, literally...’



Aflevering 3: Wietske Lelie – cello
Wietske Lelie-Haarsma is secretaris van het bestuur van de Stichting Het Zeeuws Orkest en ze speelt cello. Vrienden van haar ouders hadden dit instrument ooit op zolder staan en aangezien er al twee oudere zusjes op de piano pingelden was de cello een welkome afwisseling. Tijdens haar opleiding tot oefentherapeut Cesar kwam er van cello spelen niet veel meer terecht. In 1963 komt ze in aanraking met Het Zeeuws Orkest, dat toen nog de “Vereniging voor Instrumentale muziek” heette. Met enthousiasme wordt het stof van de cello gehaald. In 1972 verhuist ze naar Oegstgeest, om jaren later terug te keren naar Zeeland. Het Zeeuws Orkest heeft een spectaculaire ontwikkeling doorgemaakt. Sinds 1996 is ze secretaris van het bestuur. De organisatie van HZO wordt, met uitzondering van de bureausecretaresse, gerund door vrijwilligers. Wietske is verantwoordelijk voor alle PR, ze maakt de draaiboeken voor de concerten, de repetitieroosters, onderhoudt de contacten met solisten en dirigent. Een niet te missen duizendpoot. Vele uren worden als "thuiswerkster" aan het orkest besteed.


Klaviertrio Amsterdam: Joan Berkhemer (viool), Klara Würtz (piano), Nadia David (cello)

Dirigeren is een interessante verbreding van het vak maar een leven zonder viool is voor Berkhemer onvoorstelbaar. Hij is tevens concertviolist, kamermuziekspeler en docent. We zien hem in actie tijdens een masterclass en een recital met pianist Jacob Boogaart, en volgen het Klaviertrio Amsterdam (Nadia David, cello – Klára Würtz, piano) tijdens een tournee door de Verenigde Staten. Daar werd ondermeer geconcerteerd in Washington DC en in het legendarische Carnegie Hall in New York.

We zien Harris Goldsmith, pianist en sinds jaar en dag beroemd en berucht concertreviewer in New York. Hij doceerde ook een aantal jaren kamermuziek aan het Mannes College of Music in New York. "Tijdens de tournee hebben we één programma gespeeld en dat blijf je ontwikkelen. Los van de concerten hebben we elke dag gerepeteerd, dat maakt het ook bijzonder. Dat is wat ik ook altijd bij Het Zeeuws Orkest doe: altijd een kleine repetitie voor een concert, ook al heb je de vorige dag net een concert gegeven. Zo haal je de slijtageplekken eruit en wordt het steeds beter."


stills De Maestro en de Zee. Links: Klara Würtz. Rechts: Harris Goldsmith

De repetities
Jean Philippe Rameau - delen uit Les Indes Galantes (1735)
Entrée de quatre Nations – Musette – Rigaudon - Gavotte, Tambourin.
De Franse componist, organist en theoreticus Jean Philippe Rameau leefde van 1683 tot 1764. Zijn opéra-ballet Les Indes Galantes is uit 1735. Het heeft een proloog en vier entrées –actes- met liefdesverhalen uit Turkije, Peru, Perzië en het Amazone-gebied. Er was veel belangstelling destijds voor het vreemde, het exotische. Het Zeeuws Orkest speelt vijf deeltjes uit dit ballet: Entrée de 4 Nations, Musette, Rigaudon Gavotte, en Tambourin.



Edward Elgar - Sea Pictures (1899)
Sea Slumber Song , In Haven, Sabbath Morning at Sea , Where corals lie, The Swimmer
Solist: Helena Rasker

In 2007 jaar is het precies 150 jaar geleden dat hij het levenslicht zag: de Engelse componist en violist Edward Elgar. Geboren in 1857 in de buurt van Worcester in de Engelse West Midlands, waar zijn vader een muziekhandel had en piano’s stemde. Het is in die muzikale omgeving dat de jonge Elgar zichzelf leerde spelen, en ook het componeren maakte hij zich op die manier eigen. Het duurde lang voordat hij de erkenning kreeg die hij verdiende. Door het internationale succes van zijn latere werken werd Elgar Engelands eerste componist van enige statuur in meer dan twee eeuwen. Hij heeft voornamelijk koorwerken geschreven. Zijn stijl neigt naar die van Johannes Brahms maar er is een duidelijk Engelse signatuur. Naast koorwerken schreef hij 2 symfonieën, een viool- en celloconcert. Bij het grote publiek brak hij door met de Pomp and Circumstance Marches, de pracht-en-praal-marsen met daarin het bekende Land of hope and glory. Zijn eerste grote nationale succes kwam met de Enigma Variaties in 1899. In hetzelfde jaar ging zijn Sea Pictures (opus 37, voor alt er orkest) in premiere, een vijf-delige liedcyclus voor alt en orkest, gebaseerd op teksten van verschillende dichters. Miniatuurtjes met een altijd aanwezige zee: vredig, golvend, dan weer heftig en stormachtig. Sfeervol, dynamisch en verstild. Vermeldenswaard is dat het tweede gedicht –In Haven- is geschreven door Elgar’s vrouw Alice.


Solist: Helena Rasker

Jean Sibelius - Finlandia  (1894)

De Finse componist Jean Sibelius leefde van 1865 tot 1957. Al op jonge leeftijd had hij een grote interesse voor muziek. Op 20-jarige leeftijd begon hij aan een rechtenstudie maar deze gaf hij na korte tijd op om zich te richten op een viool- en compositiestudie. Bijna alle werken van Sibelius hebben een nationalistische inslag. Zijn symfonische gedichten zijn vaak gebaseerd op Finse legenden. De laatste dertig jaar van zijn leven heeft Sibelius niets meer gecomponeerd door zelfkritiek, ontevredenheid met muzikale en politieke ontwikkelingen in het Europa van na de Eerste Wereldoorlog en zijn eigen zwakke gezondheid. Finlandia, opus 26, is een symfonisch gedicht uit 1894 dat zijn eerste uitvoering beleefde in 1900. Een werk met een sterk nationalistische inslag – veel van Sibelius’ werken in deze periode waren hiervan doordrongen – ingegeven door een groot politiek engagement en er klinkt dan ook veel patriottisme in door. Finlandia is bijna het Finse volkslied geworden, en wordt dan ook vaak uitgevoerd tijdens belangrijke internationale gebeurtenissen.

 

Felix Mendelssohn - Meeresstille und glückliche Fahrt (1829)
De Duitse componist Felix Mendelssohn Bartholdy leefde van 1809 tot 1847. Zijn eerste publieke optreden was op 9-jarige leeftijd, hij schreef zijn eerste symfonie toen hij 15 was, en de bekende ouverture van Midzomernachtdroom op 17-jarige leeftijd. Hij bracht de inmiddels vergeten muziek van Johann Sebastian Bach weer naar voren door een hernieuwde uitvoering van de Mattheus Passion in 1829. Zijn werk Meehresstille und glückliche Fahrt, opus 27, is gebaseerd op twee gelijknamige gedichten van Johann Wolfgang von Goethe. Goethe’s gedichtenpaar had Van Beethoven al geïnspireerd tot een cantate, Mendelssohn maakte er in 1829 nog eens een orkestwerk van. Het begint heel verstild met een rustige, rimpelloze zee. 

Meeresstille
Tiefe stille herrscht im Wasser,
Ohne Regung ruht das Meer,
Und bekümmert sich der Schiffer
Glatte Fläche rings umher.
Keine Luft von keiner Seite!
Todesstille fürchterlich!
In der ungeheuren Weite
Reget keine Welle sich.


Glückliche Fahrt
Die Nebel zerreißen,
Der Himmel ist helle,
Und Äolus löset
Das ängstliche Band.
Es säuseln die Winde,
Es rührt sich der Schiffer.
Geschwinde! Geschwinde!
Es teilt sich die Welle,
Es naht sich die Ferne;
Schon seh' ich das Land!